|

Opinie
Het cultiveren van de vrije markt
Over de publieke media, de markt en de overheid
Door: Kuba Szutkowski
26-05-2006
|
Staatssecretaris Medy van der Laan vergeleek, tijdens een toespraak op het Broadcastcongres in Bussum, de publieke omroep met de IKEA. Deze uitspraak werd natuurlijk vooraf gegaan door een uitgebreid verhaal maar het karakteriseert wel de strategie rondom de geplande hervormingen van het bestel. De publieke omroep zou niet moeten schromen om haar financiële positie in toenemende mate via commerciële inkomsten te gaan bekostigen.
De afgelopen jaren is de overheidsfinanciering van de publieke media af aan het nemen. Het huidige beleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is gericht op vernieuwing. Er moet rekening gehouden worden met de veranderingen op technologisch gebied, zoals de toenemende populariteit van het internet. De dalende overheidsbijdrage mogen gecompenseerd gaan worden door commerciële inkomsten. Ook moeten marktmechanismen als vraag en aanbod en concurrentie een belangrijkere rol gaan spelen.
Onze cultuur lijkt definitief doordrongen van de vrije markt ratio. Privatisering van het publieke domein is de trend. We lijken daarmee in dienst te staan van onze economie. Zou het niet andersom moeten zijn? Zou de economie niet in dienst moeten staan van ons?
De topeconoom Lans Bovenberg, plaatsvervangend lid van de Sociaal Economische Raad, stelde onlangs dat de vrije markt ‘cultiverend werkt’. Hij bedoelde dit in positieve zin. In landen waar de vrijemarkteconomie is omarmd, is er zijns inziens sprake van een cultiverend effect. Nog specifieker, mensen leren dat iets krijgen samen gaat met iets terugdoen. Het mechanisme van vraag en aanbod in een notendop. De vrije markt zou mensen stimuleren om telkens op zoek te zijn naar wat anderen nodig hebben. Een aantrekkelijk ethisch vooruitzicht.
Marxist
De cultiverende werking van de vrije markt betekent dat de vrijemarkteconomie cultuurbepalend zou zijn. Dit houdt in dat de maatschappij, in meer of mindere mate, zijn cultuur zou ontlenen aan de invloed van de markt. Deze gedachte is overigens niet zo nieuw. Karl Marx zei dit ook al. Deze Pruisische econoom en filosoof geloofde al dat het tekenend is voor het karakter van een cultuur, welk economisch systeem er gehanteerd wordt.
Bovenberg voegt er overigens snel aan toe dat hij geen Marxist is. Hij houdt er een genuanceerdere visie op na. De cultuur is namelijk ook bepalend voor hoe de economie in elkaar steekt. Er is een wisselwerking. Cultuur doet zich dan ergens in het publieke domein voor. Via dit publieke domein zouden we het reilen en zeilen van de economie ook moeten kunnen bijsturen. Onderwijs en media kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan de publieke meningsvorming en daarmee bepalend zijn in welke mate de economie begrensd moet worden. De overheid zorgt dan voor de uitvoering van deze publieke wil.
De vrije markt rationaliteit is bij Bovenberg echter ook hardnekkig. Hij is van mening dat het gewenst is dat in onderwijsinstellingen mechanismen van vraag en aanbod van toenemende invloed gaan zijn. Zo is ook de toename van bedrijfsfinancieringen van universitair onderzoek een scenario dat Bovenberg niet schuwt. Dit zou bijvoorbeeld de Nederlandse universiteiten in staat stellen om internationaal beter te kunnen concurreren.
Toch is het vrije markt systeem niet perfect en dat geeft Bovenberg graag toe. Het ontstaan van ongelijke verdelingen, ongelijke kansen of onbetaalbare publieke goederen en diensten zijn allemaal voorbeelden van imperfecties. Bemoeienis met de economie vanuit de overheid blijft af en toe noodzakelijk.
We moeten dus in het publieke domein debatteren over de beperkingen en mogelijkheden van de markt. Het is echter niet makkelijk een goede maatstaf te formuleren voor wat goed en wat fout is aan de economie. Wat vinden we gewenste en wat vinden we ongewenste werkingen van de economie? Welke economische ontwikkelingen vinden we rationeel?
Ingrepen in marktmechanismen
Rationaliteit kan verschillende betekenissen dragen. De wetenschapsfilosoof Ton Derksen erkent verschillende manieren waarop er over rationaliteit gesproken wordt. Een daarvan bestempelt hij: collectieve rationaliteit.
Collectief rationeel is datgene wat wij een goed doel vinden en welk middel we gepast vinden om tot dat doel te komen. Zo is collectieve rationaliteit bepalend of we vrijheid of geloof het hoogste goed vinden, het individu of het collectief enzovoort. Collectieve rationaliteit weerspiegelt bijvoorbeeld de normen en waarden van een gemeenschap. Collectieve rationaliteit is bepalend voor wat we goed en wat we fout vinden.
De vrije markt, als cultiverende kracht, lijkt ook een collectieve rationaliteit met zich mee te brengen. Marktmechanismen van vraag en aanbod, concurrentie en het eigenbelang nastreven zijn bijvoorbeeld karakteristiek voor de collectieve rationaliteit van de vrije markt.
goed-fout-verdeling
Hoe gaan we dan om met de imperfecties van de vrijemarkteconomie die af en toe optreden? Bovenberg gokt op het publieke domein. Als het publieke domein echter gecultiveerd is door de collectieve rationaliteit van de vrije markt, hoe kan dan nog de fout in het systeem als fout herkend worden?
In de rationaliteit van de vrije markt zijn marktmechanismen altijd de goede keus. Ongelijkheden op de arbeidsmarkt kan je echter slechts bestrijden door een ingreep te doen in die mechanismen van de markt.
Zodra de economie ons niet meer goed dient moeten we vanuit het publieke domein het oordeel kunnen vellen dat dat het geval is. Een onafhankelijk platform voor cultuurvorming en debat kan dat mogelijk maken. Als het publieke domein toe moet zien op het reilen en zeilen van de vrijemarkteconomie dan moet ook onafhankelijke vorming van de collectieve rationaliteit mogelijk gemaakt worden.
Daarmee is de vrije markt niet onbruikbaar verklaard. De reflectie op het systeem, in een goed-fout-verdeling, kan echter alleen vanuit een collectieve rationaliteit die niet door de economie gecultiveerd is maar door een onafhankelijk publiek debat. De vercommercialisering van de publieke media, een platform van het publieke domein, is echter een indiensttreding van onze cultuur in de rationaliteit van de economie. Met alle gevolgen van dien.|
|